Therapie
De meesten van ons krijgen op een bepaald moment in hun leven te maken met psychologische problemen. Veel voorkomende psychologische problemen zijn stress, angst, zorgen, moeite met het maken van levenskeuzes, stemmingswisselingen en terugkerende problemen in (intieme) relaties.
We ervaren deze moeilijkheden allemaal tot op zekere hoogte. Af en toe zijn ze slechts van korte duur, maar in andere gevallen kunnen leed en pijn te intens en langdurig worden, waardoor het te moeilijk wordt om er zelf mee om te gaan en het te begrijpen.
Als je psychisch leed ervaart en hulp nodig hebt, ben ik er om je te ondersteunen. Er is geen reden om alleen met lijden om te gaan en professionele hulp zoeken is niets om je voor te schamen. Bovendien verdwijnen psychologische problemen vaak niet vanzelf als ze onbehandeld blijven.
Mijn therapie is erop gericht je te ondersteunen in het meer helderheid leren verhouden tot jezelf. Daarbij staat het verkrijgen van inzichten voor betekenisvolle verandering en het bevorderen van gezondere relaties en vervulling centraal. Ik luister en begeleid je empathisch in je proces. Ik help je om meer inzicht en bewustzijn te krijgen in de oorzaken van je pijn en hoe je deze kunt verwerken en veranderen.
Daarnaast ondersteun ik je bij het vinden van effectieve manieren om ermee om te gaan en je klachten te verlichten. In therapie integreer ik verschillende benaderingen om zo goed mogelijk aan te sluiten bij jouw specifieke persoonlijke behoeften. Als je niet zeker weet of je therapie nodig hebt of wilt beginnen, aarzel dan niet om contact met me op te nemen voor een eerste (gratis) advies.
Soorten therapie
Integratieve psychotherapie
Integratieve psychotherapie combineert verschillende therapeutische methoden om aan te sluiten bij wat jij op dat moment nodig hebt. Het richt zich op jouw unieke situatie en gebruikt technieken uit meerdere stromingen om zo effectief mogelijk te helpen.
Integratieve psychotherapie is mijn specialisatie en vormt de basis van mijn manier van werken. Het gaat niet om het combineren van losse methoden, maar om het werken vanuit één samenhangende therapeutische visie waarin verschillende benaderingen elkaar aanvullen en verdiepen.
De therapie wordt afgestemd op jouw unieke situatie en ontwikkelt zich in de tijd. Mijn grondhouding is doorgaans psychodynamisch en ervaringsgericht, met een sterke focus op emotionele processen, relationele patronen en terugkerende thema’s. Afhankelijk van wat nodig is, kan deze manier van werken een meer gestructureerde vorm aannemen, zoals schematherapie, of worden aangevuld met cognitief-gedragsmatige elementen die ondersteunen dat veranderingen worden geïntegreerd in het dagelijks leven.
Wanneer er sprake is van traumatische ervaringen die het functioneren beïnvloeden, kan ik voorstellen om binnen het therapeutische traject een fase of component van traumabehandeling toe te voegen. Deze wordt zorgvuldig ingebed in het bredere proces en afgestemd op wat op dat moment passend en draaglijk is (zie ook traumabehandeling hieronder).
Met sommige cliënten werk ik voornamelijk vanuit een duidelijk gestructureerd schematherapeutisch kader. Met anderen staat een integratieve benadering centraal, waarin verschillende perspectieven op een samenhangende en doelgerichte manier worden verbonden.
Psychodynamische psychotherapie
Psychodynamische psychotherapie vindt haar oorsprong in de psychoanalytische traditie van Freud en heeft zich in verschillende richtingen verder ontwikkeld. Binnen hedendaagse psychodynamische benaderingen is er, naast aandacht voor inzicht en betekenisgeving, meer nadruk op relationele, intersubjectieve en ervaringsgerichte aspecten. Centraal staat het idee dat gevoelens, verlangens en innerlijke conflicten niet altijd volledig bewust zijn, maar wel sterk van invloed zijn op hoe iemand zich voelt, denkt en gedraagt, en op het ontstaan en voortbestaan van klachten en symptomen.
In de therapie verkennen we deze innerlijke conflicten en spanningen en brengen we ze geleidelijk meer in het bewustzijn. Zij kunnen zich uiten in symptomen en in manieren van omgaan met gevoelens, relaties en moeilijke situaties die op den duur problematisch worden. Deze dynamieken komen tot uitdrukking in relaties in het dagelijks leven én binnen de therapeutische relatie. Begrippen als overdracht en enactments verwijzen naar manieren waarop oude verwachtingen, angsten en beschermingsmechanismen zich steeds opnieuw manifesteren in contact met anderen én in de verhouding tot zichzelf. Door ook te onderzoeken hoe dit zich in de therapie zelf afspeelt, kan hun betekenis en functie duidelijker worden en ontstaat ruimte voor verandering.
Een belangrijke psychodynamische stroming waar ik mee werk is Affectfobietherapie (AFT). Deze benadering gaat ervan uit dat emoties gezonde en richtinggevende krachten zijn, maar dat mensen bang kunnen worden voor hun eigen gevoelens. Wanneer emoties eerder niet welkom waren of als overweldigend zijn ervaren, kan er een angst voor gevoelens ontstaan, wat kan leiden tot vermijding, innerlijke spanning en relationele problemen.
Binnen AFT werken we aan het verminderen van deze angst voor gevoelens, zodat emoties weer beter gevoeld, verdragen en benut kunnen worden. Dit kan bijdragen aan meer vitaliteit, een sterker gevoel van zelf en meer vrijheid in relaties en keuzes in het leven.
Schematherapie
Schematherapie is een goed onderzochte en breed ondersteunde vorm van psychotherapie. Deze behandelvorm is met name geschikt voor mensen met langdurige of terugkerende klachten, zoals chronische depressie, problemen met zelfbeeld en identiteitsgevoel, moeilijkheden in emotieregulatie, of hardnekkige problemen in relaties.
De term schema verwijst naar diepgewortelde thema’s of gevoeligheden in hoe iemand zichzelf ervaart, met emoties omgaat, verwachtingen heeft van anderen en naar de toekomst kijkt. Schema’s ontstaan meestal in de kindertijd, vaak wanneer belangrijke emotionele basisbehoeften zoals veiligheid, zorg, erkenning of autonomie onvoldoende zijn vervuld of zijn geschonden. Eenmaal gevormd blijven schema’s vaak op de achtergrond aanwezig en kunnen zij een sterke invloed uitoefenen op hoe situaties worden waargenomen en geïnterpreteerd, en hoe iemand daarop reageert.
Voorbeelden van veelvoorkomende schema’s zijn Verlating, de verwachting dat belangrijke anderen je zullen verlaten of afwijzen; Falen, het diepgewortelde idee fundamenteel tekort te schieten of gedoemd te zijn om te mislukken; en Schaamte en Minderwaardigheid, een diep gevoel van innerlijke gebrekkigheid of minderwaardigheid. Deze schema’s hangen vaak, maar niet altijd, samen met ervaringen van emotionele verwaarlozing, overmatige kritiek, of een gebrek aan voldoende empathie, warmte en waardering, evenals met andere pijnlijke relationele ervaringen met ouders, verzorgers, leeftijdsgenoten of andere belangrijke personen, zoals pesten, uitsluiting of misbruik.
Schema’s kunnen op verschillende manieren worden begrepen. Een veelgebruikte metafoor is die van een sluimerend virus in het lichaam: meestal blijft het relatief inactief, maar onder bepaalde omstandigheden of in specifieke interacties kan het worden geactiveerd en sterke emotionele reacties en gedrag oproepen. Een andere metafoor is die van een bril waardoor iemand zichzelf en anderen waarneemt. Wanneer deze bril actief is, worden situaties op een specifieke manier gefilterd, vaak op een manier die het schema bevestigt en het, samen met de patronen die eruit voortkomen, in stand houdt. Schema’s kunnen daarbij worden gezien als gevoelige snaren die gemakkelijk geraakt worden.
In de loop van de tijd kunnen schema’s leiden tot dominante delen of toestanden van het zelf. In de schematherapie worden deze toestanden of delen modi genoemd. Sommige modi proberen emotionele pijn te hanteren of dreiging te vermijden, vaak op weinig helpende manieren, terwijl andere modi kwetsbare of kind-toestanden weerspiegelen die gevormd zijn door eerdere ervaringen. Voorbeelden zijn de Willoze Inschikkelijke modus, die probeert (vermeende) afwijzing te voorkomen, de Veeleisende Ouder modus als kritische en afwijzende innerlijke stem, en de Kwetsbare Kindmodus, die zich snel gekwetst, beschaamd of overspoeld voelt. Deze modi kunnen worden geactiveerd in de verhouding tot zichzelf en in contact met anderen, vaak automatisch en zonder dat men zich daarvan bewust is.
In de schematherapie werken we samen aan het herkennen van de schema’s en modi die het meest centraal staan in jouw specifieke klachten en relationele moeilijkheden, en aan het begrijpen hoe deze zijn ontstaan en hoe zij het dagelijks functioneren blijven beïnvloeden. Tegelijkertijd is het werk sterk ervaringsgericht en emotioneel van aard. Door middel van verschillende experiëntiële technieken, en door aandacht te hebben voor emoties in het hier-en-nu en binnen de therapeutische relatie zelf, kunnen nieuwe en corrigerende emotionele ervaringen ontstaan. Vroege ervaringen worden onderzocht en emotioneel verwerkt, terwijl actuele situaties worden bekeken en geleidelijk uitgedaagd, met als doel de herhaling van schema’s in het heden te doorbreken.
Een centraal doel is het versterken van wat in de schematherapie de Gezonde Volwassene wordt genoemd: het deel van het zelf dat kan reflecteren, grenzen kan stellen, compassie kan tonen voor kwetsbare gevoelens, en op een meer flexibele en genuanceerde manier kan reageren.
Schematherapie is een gestructureerde behandelvorm die in verschillende fasen verloopt en vraagt, in de meeste fasen, om een meer sturende en ondersteunende houding van de therapeut. Tussen de sessies worden cliënten vaak uitgenodigd om geactiveerde schema’s en modi op te merken, nieuwe perspectieven te verkennen en te experimenteren met het uiten van emoties en ander gedrag in het dagelijks leven.
Trauma behandeling
Trauma verwijst naar ervaringen die op het moment zelf het vermogen om ermee om te gaan te boven gaan. Dit kan gaan om een eenmalige, duidelijk afgebakende gebeurtenis, zoals een verkeersongeval, medische ingreep of geweldsincident, maar ook om herhaalde of langdurige ervaringen, zoals emotionele verwaarlozing, mishandeling of een chronisch gevoel van onveiligheid in relaties. Wat een ervaring traumatisch maakt, wordt niet alleen bepaald door wat er is gebeurd, maar ook door hoe het is beleefd en of er voldoende steun en verwerking mogelijk was.
Wanneer traumatische ervaringen onvoldoende worden verwerkt, kunnen zij blijvende sporen nalaten in het zenuwstelsel en in de manier waarop iemand zichzelf en anderen ervaart. Dit kan leiden tot posttraumatische klachten zoals herbelevingen, nachtmerries, schrikreacties, emotionele afvlakking, vermijding en een aanhoudend gevoel van dreiging. In sommige gevallen is er sprake van een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Trauma kan ook bijdragen aan het ontstaan van fobieën, bijvoorbeeld wanneer iemand na een ernstig verkeersongeval autorijden gaat vermijden.
In sommige situaties is traumabehandeling op zichzelf het primaire en voldoende focuspunt van therapie. Dit is vaak het geval bij een enkelvoudig trauma of bij specifieke fobieën, waarbij gerichte traumagerichte interventies in relatief korte tijd tot duidelijke verlichting kunnen leiden.
In veel andere gevallen maakt trauma echter deel uit van een breder psychisch beeld. Dit geldt met name wanneer er sprake is geweest van herhaalde traumatisering, verwaarlozing of misbruik over een langere periode, ook wel complex trauma genoemd. Dergelijke ervaringen kunnen diep doorwerken in de persoonlijkheidsontwikkeling, emotieregulatie, het zelfbeeld en in terugkerende problemen in relaties. In zulke situaties wordt traumabehandeling doorgaans aangeboden als een fase of component binnen een bredere integratieve psychotherapie, zorgvuldig afgestemd op het tempo en de draagkracht van de cliënt.
Het verwerken van trauma beperkt zich niet tot specifieke technieken. Het geleidelijk en veilig kunnen spreken over traumatische ervaringen binnen een afgestemde therapeutische relatie is op zichzelf al een belangrijk onderdeel van traumaverwerking. Soms zijn echter meer gestructureerde methoden nodig om de verwerking gerichter te ondersteunen. Binnen mijn werk kan ik, wanneer passend, het gebruik van Imaginaire Rescripting en of EMDR voorstellen, als onderdeel van een bredere behandeling of, indien geïndiceerd, als meer gerichte interventie.
Imaginaire rescripting
Imaginaire rescripting is een therapeutische methode waarbij belastende herinneringen in de verbeelding opnieuw worden benaderd en vervolgens actief worden aangepast of aangevuld. Het doel is niet om te ontkennen wat er is gebeurd, maar om een nieuwe emotionele ervaring te creëren in relatie tot de herinnering. Daarbij kan bijvoorbeeld bescherming, zorg of handelingsvrijheid worden toegevoegd die destijds ontbrak.
Imaginaire rescripting is een kernonderdeel van schematherapie, maar kan ook zelfstandig worden ingezet als traumagerichte behandeling. De methode is met name helpend wanneer traumatische herinneringen samenhangen met gevoelens van schaamte, angst, machteloosheid of onvervulde emotionele behoeften. Door ervaringsgericht met beelden te werken, kan de emotionele betekenis van de herinnering verschuiven en minder ontregelend worden.
EMDR
EMDR, voluit Eye Movement Desensitization and Reprocessing, is een behandelmethode voor mensen die blijven lijden onder de gevolgen van schokkende of traumatische ervaringen, zoals ongevallen, geweld of andere ingrijpende gebeurtenissen. EMDR werd in 1989 ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Francine Shapiro en is sindsdien uitgebreid onderzocht en verder ontwikkeld tot een effectieve traumabehandeling.
Veel mensen zijn in staat om ingrijpende ervaringen zelf te verwerken, maar bij anderen blijven klachten bestaan. Het gaat dan vaak om herbelevingen, nachtmerries, verhoogde schrikreacties en vermijdingsgedrag, wat kan wijzen op een posttraumatische stressstoornis (PTSS).
Aan het begin van een EMDR-behandeling wordt zorgvuldig gekeken naar de aard van de klachten, de achtergrond van het trauma en de draagkracht en stabiliteit van de cliënt. Op basis hiervan wordt beoordeeld of EMDR op dat moment passend is en hoe deze veilig kan worden toegepast. Voorbereiding is een belangrijk onderdeel van het proces, omdat EMDR intensief kan zijn.
Tijdens EMDR wordt de cliënt gevraagd de traumatische gebeurtenis voor de geest te halen, inclusief bijbehorende beelden, gedachten en gevoelens, terwijl tegelijkertijd een taak wordt uitgevoerd die de aandacht belast, meestal het volgen van de handbewegingen van de therapeut met de ogen. Deze combinatie lijkt het natuurlijke verwerkingssysteem van het brein te activeren. Gaandeweg verliest de herinnering vaak haar emotionele intensiteit, kunnen beelden veranderen en kunnen nieuwe inzichten ontstaan. De ervaring krijgt zo een meer geïntegreerde en minder bedreigende plek in het levensverhaal.
EMDR geldt als een kortdurende behandeling, met name bij enkelvoudig trauma, waarbij vaak binnen een beperkt aantal sessies duidelijke verbetering optreedt. Na een sessie kan de verwerking nog enige tijd doorgaan, wat onderdeel is van het therapeutische effect.
Tekst aangepast naar aanleiding van: Tekst aangepast naar aanleiding van: Handboek EMDR, 7e editie, van Ad de Jongh en Erik ten Broeke.
Psychodynamische groepstherapie
Psychodynamische groepstherapie biedt een bijzondere therapeutische ervaring waarin niet alleen één cliënt en één therapeut betrokken zijn, maar een groep mensen die samen een gedeelde therapeutische ruimte vormen. Binnen deze setting wordt de groep zelf een actief onderdeel van het therapeutisch proces. De interacties tussen groepsleden vormen een rijke context waarin emotionele reacties, relationele neigingen en onderliggende persoonlijke thema’s vanzelf naar voren komen.
Een manier om het groepsproces te begrijpen is via de metafoor van de spiegelzaal (hall of mirrors), een begrip dat werd geïntroduceerd door S. H. Foulkes, een van de grondleggers van de groepstherapie. In de groep weerspiegelen mensen elkaar op verschillende manieren. Er ontstaat resonantie: gevoelens, reacties en relationele patronen roepen bij anderen iets op en worden teruggekaatst. Aspecten van jezelf die in individuele therapie soms minder zichtbaar blijven, kunnen in de groep duidelijker naar voren komen door hoe anderen reageren, geraakt worden of zich uitspreken. Zo biedt de groep meerdere spiegels die inzicht geven in hoe iemand overkomt, hoe hij of zij anderen beïnvloedt en zelf beïnvloed wordt.
Tegelijkertijd functioneert de groep als een levend organisme met eigen dynamieken, thema’s en ontwikkelingsfasen. De groep kan ook worden gezien als een sociaal laboratorium, waarin deelnemers persoonlijke vragen en moeilijkheden kunnen onderzoeken in direct contact met anderen. De één wil misschien voor het eerst woorden geven aan een diepgeworteld gevoel van schaamte; een ander wil ervaren hoe het is om grenzen te stellen of boosheid te uiten; weer een ander merkt dat onopgeloste gevoelens ten opzichte van ouders of broers en zussen symbolisch terugkeren in de interacties met groepsleden. Deze ervaringen maken het mogelijk om niet alleen individuele thema’s te onderzoeken, maar ook hoe deze zich vormgeven binnen relaties.
Het groepsproces wordt begeleid en gefaciliteerd door de therapeut, die veiligheid, reflectie en dialoog ondersteunt. Naarmate de tijd vordert, wordt de groep steeds meer bedreven in het dragen van haar eigen proces. Groepsleden reageren met toenemende openheid en bewustzijn op elkaar, en de interacties krijgen meer diepgang en betekenis.
Een belangrijk aspect van psychodynamische groepstherapie is dat wat binnen de groep wordt ervaren en geleerd, geleidelijk kan worden meegenomen naar relaties buiten de groep. Deelnemers krijgen inzicht in hoe zij zichzelf positioneren in groepen en in relaties in het algemeen. Het is vrijwel onvermijdelijk dat vertrouwde patronen en neigingen in de groep naar boven komen. Juist dat biedt een unieke kans om deze patronen expliciet en gezamenlijk te onderzoeken—een mogelijkheid die in het dagelijks leven zelden zo duidelijk en veilig beschikbaar is.
Psychodynamische groepstherapie sluit aan bij de inzichten van Irvin Yalom, die verschillende therapeutische werkzame factoren in groepen beschreef. Daarbij gaat het onder meer om het ervaren dat je niet alleen staat in je worstelingen, het putten van hoop uit de groei van anderen, het geven en ontvangen van steun, het leren over jezelf via feedback, het uiten van emoties, en het ontwikkelen van meer open en flexibele manieren van omgaan met anderen. Samen dragen deze elementen bij aan een gevoel van verbondenheid, betekenis en persoonlijke ontwikkeling binnen de groep.
In praktische zin bestaan psychodynamische groepen meestal uit ongeveer acht tot tien deelnemers, vaak met zowel overeenkomsten als verschillen in klachten en redenen om therapie te volgen. De groep wordt geleid door één therapeut of door twee co-therapeuten. Groepstherapie vraagt om betrokkenheid en commitment: de bijeenkomsten vinden doorgaans wekelijks plaats en zijn het meest effectief wanneer deelnemers zich voor een langere periode verbinden, vaak ongeveer een jaar. Pauzes en vakanties worden meestal in overleg met de groep afgestemd. Deze continuïteit biedt de ruimte die nodig is voor vertrouwen, verdieping en betekenisvol therapeutisch werk.
Schema groepstherapie
Schema groepstherapie bouwt voort op de kracht van groepstherapie en werkt expliciet binnen het kader van schema’s en modi (zie de sectie over Schematherapie). De groep biedt een directe en, belangrijker nog, ervaringsgerichte (experiëntieel) context waarin schema’s en modi zich in real time activeren en zichtbaar worden in interactie met andere groepsleden. Dit maakt het mogelijk om hiermee in real time samen met groepsgenoten te werken, en niet alleen in dialoog met een therapeut.
Schema groepstherapie is in essentie experiëntieel, vooral omdat schema’s en modi zich in real time activeren in het contact met andere mensen. Het emotioneel en relationeel betrokken zijn bij meerdere anderen in het hier-en-nu roept gevoelens, verwachtingen, resonantie en compassie op die centraal staan in het werken met schema’s en in het helen van hardnekkige patronen.
Ter illustratie een voorbeeld:
Een groepslid dat in het dagelijks leven worstelt met een sterk falen- of schaamteschema kan zich plotseling bekritiseerd, blootgesteld of tekortschietend voelen naar aanleiding van een vraag, opmerking of reactie van een ander groepslid. Op dat moment kan de innerlijke kritische modus worden geactiveerd, die de waarneming van de situatie kleurt en zelfveroordeling versterkt. Als gevolg daarvan kan vervolgens de kwetsbare kindmodus worden geactiveerd, met gevoelens van schaamte of zelftwijfel die niet noodzakelijkerwijs in verhouding staan tot de actuele situatie. Als reactie kan iemand zich terugtrekken of zichzelf kleiner maken (een inschikkelijke modus), of reageren met boosheid die door andere groepsleden als disproportioneel kan worden ervaren, als poging om deze pijnlijke gevoelens en de ervaren dreiging af te weren.
Met steun van de therapeut en de groepsleden kunnen de onderliggende kwetsbare gevoelens en hun oorsprong in eerdere ervaringen worden onderzocht, begrepen en gevalideerd (het zien en verzorgen van de kwetsbare kindmodus). Tegelijkertijd kunnen kritische en straffende delen worden aangesproken en kunnen maladaptieve copingmodi op een milde en empathische manier worden uitgedaagd. Waar mogelijk ontstaat zo ruimte om reacties vanuit de gezonde volwassen modus te ervaren en te versterken. Dit proces biedt een unieke, corrigerende en experiëntieel leerervaring die in het dagelijks leven zelden beschikbaar is.
Daarnaast maakt schema groepstherapie gebruik van ervaringsgerichte methoden die ook centraal staan in individuele schematherapie, zoals imaginatie-oefeningen, stoelentechnieken en rollenspellen. In de groep worden deze methoden uitgevoerd met actieve betrokkenheid van andere groepsleden, die elkaar ondersteunen in het proces.
Schema groepstherapie vindt doorgaans plaats in groepen van ongeveer acht tot tien deelnemers en wordt geleid door één of twee therapeuten. De groep kan worden aangeboden als zelfstandige behandeling of in combinatie met individuele schematherapie. Voor veel mensen biedt schema groepstherapie een krachtige ervaringsgerichte en relationele context die de individuele behandeling ondersteunt en verdiept.